Driehoek Noordzee


(Een dag uit onze tocht van Lelystad-Noorse fjorden-Newcastle-Terschelling-Lelystad)
Eén van de hoogtepunten voor mij was woensdag 9 augustus. We waren die maandagavond met een vervelende knobbelige zee en tegenwind uit Skudeneshavn vertrokken richting Newcastle en nu zeilden we op de Noordzee ergens tussen Noorwegen en Engeland.
De eerste nacht waren de andere drie zeeziek geworden en gelukkig was dinsdag een rustige dag, en konden we weer bijkomen, en zo hier en daar wat sporen uitwissen.
Woensdag om 7.00 was ik al een tijdje aan wacht, de rest sliep, er zaten 2 riffen in het zeil, de fok was deels ingerold, en met een stevige bakstagwind liep het als een tierelier. Opeens waren er dolfijnen bij de boot. Zoals gewoonlijk roep ik dan een keer op gedempte toon, want wie diep slaapt hoeft dan niet wakker te worden. Maar al gauw stond de hele familie schaars gekleed in de kuip. Normaal gaan we op het voordek staan kijken, maar dat was nu echt te gevaarlijk, het woei zo hard, en de bewegingen waren dusdanig dat het ook niet in ons opkwam naar het voordek te willen. Na een tijdje had de familie genoeg dolfijnen gezien, en ging het spul weer te kooi. De dolfijnen bleven maar bij me, eerst dacht ik dat het er twee waren, later drie, maar het bleek een school te zijn van zeker een stuk of tien dolfijnen. Ik stond zelf te sturen (dat laten we normaal aan de automaat over, maar deze oversteek hebben we zelf veel aan het roer gestaan), en ik had dus alle tijd om ze te observeren. Je gaat de verschillen zien, groot klein, andere kleur, en ook andere tactiek en acrobatiek, erg leuk. Het ging harder waaien, en de dolfijnen hadden echt lol in de golven. Als er interferentie was dan zag je ze met twee of drie in die hoge top. Er was er eentje die af een toe boven water sprong.

Toen we in de loop van de middag het derde rif gingen steken, met gebruik van de motor (anders hielden we met deze hoge golven de kop niet in de wind), bleven ze zelfs nog bij ons. Het woei toen ruim 30 knopen, en sturen werd een uitdaging, en was ook behoorlijk uitputtend. Maar leuk! Al donderde ik een paar keer om, en lag de boot daarna 90 graden uit de koers.

Na een paar keer omvallen (ik was wel aangelijnd) krijg je handigheid hoe je het roer moet meenemen in je val, zodat het zaakje niet zo ver oploeft. Sommige achteroplopende golven zagen er beangstigend uit…. Maar er was geen uitweg, je moest ze nemen, en Allegro kon dat ook prima aan.
Om een uur of 4 ’s middags hadden de dolfijnen kennelijk honger gekregen of zo, we hebben ze niet meer gezien, ze waren maar liefst zeven uren bij ons gebleven! Het bleef maar hard waaien, iets van 7 Beaufort. Die avond stond ik weer van 8 uur tot ongeveer 10 uur te sturen, je kon duidelijk merken als de zon even tussen de wolken doorkwam dat het nog harder ging waaien. Ik bleef sturen tot de zon achter de horizon verdween, want toen ging de wind, zoals verwacht, flink afnemen, tot zo’n 25 knopen, nog altijd erg veel, maar alles is relatief. De automaat kon het weer prima aan, en ik kon bijkomen. Het is behoorlijk inspannend dat sturen met hoge golven schuin van achteren. Ik heb nu nog meer bewondering voor solozeilers met kapotte stuurautomaat en andere halvegaren die om wat voor reden dan ook urenlang op de oceaan zelf staan te sturen. Na zo’n dag weet je wel weer dat zeezeilen de zwaarste sport ter wereld is!
Dat zeezeilen niet altijd zwaar is bleek al een paar dagen later: toen lag ik in de hangmat terwijl we de shipping lane overstaken.

Trynke